Weet je wat STOMP is? Waarschijnlijk niet. Maar je gaat de gevolgen wel snel merken in onze gemeente. Zutphen gebruikt dit achterhaalde principe als uitgangspunt bij mobiliteits- en woningbouwplannen.
Het STOMP-model betekent dat de gemeente prioriteit geeft aan:
- eerst lopen;
- daarna fietsen;
- vervolgens openbaar vervoer;
- dan taxi en deelvervoer;
- en de auto als laatste.
Dat klinkt misschien logisch. Maar de vraag is: past dit wel bij Zutphen? En is dit niet veel te zwart-wit?
Want hoe kom je straks op je werk? Hoe bereik je de binnenstad? Hoe bezoek je familie en vrienden? Hoe komt een ondernemer aan zijn klanten? En hoe rijdt een mantelzorger of zorgverlener snel van A naar B?
Hoi Zutphen vindt dat de gemeente met STOMP het verkeerde principe hanteert. Niet een mobiliteitsmodel moet leidend zijn, maar de dagelijkse praktijk van onze bewoners.
Dat zegt ook Kris Peeters, een van de grondleggers van het STOMP-model. Volgens hem is het model volledig gefocust op mobiliteit en vervoersmiddelen en vergeet het de bewoners. In een interview met het platform Mobiliteit zegt hij dat STOMP ‘gefocust is op mobiliteit en vervoerswijzen en we zouden meer de mens erachter moeten laten zien’.
Toch houden Pro, D66 en Burgerbelang vast aan dit achterhaalde model, waar dus veel bezwaren aan kleven.
De meeste mensen kiezen hun vervoermiddel niet uit ideologie. Ze kiezen wat op dat moment het beste werkt.
Soms is dat de fiets.
Soms de bus.
En heel vaak gewoon de auto.
Toch dreigt de auto in het gemeentelijke beleid steeds vaker het sluitstuk te worden. Dat vinden wij een verkeerde ontwikkeling.
Wij willen een gemeente die bereikbaar blijft. Voor inwoners. Voor ondernemers. Voor bezoekers. En voor hulpdiensten.
Niet een gemeente die inwoners vertelt hoe zij zich zouden moeten verplaatsen.
Hoi Zutphen kiest daarom niet voor STOMP als uitgangspunt, maar voor gezond verstand en voor de bewoners. Niet het mobiliteits principe centraal, maar de inwoner.

Volg ons op social media